De pasvorm

 

Het maken van schoenen op maat is bij elke opdracht een werk dat op zichzelf staat.

Iedere klant heeft een plaats in het grote maatboek, een paar persoonlijke leesten, eigen patronen en aantekeningen van gebruikte materialen en kleuren.

Het opnemen van de maten wordt gedaan op de blauwdrukken van de voeten, opgetekend in het grote maatboek.
Met de maatgegevens is de schoenmaker in staat van wit gestoomd beukenhout een paar persoonlijke leesten te maken. In de leesten zijn de vele aspecten van de maatschoenen terug te vinden: de hakhoogte, het karakter van de neuspartij, het voetzoolprofiel, de teensprong en slot.
Met behulp van passchoenen wordt gecontroleerd of de leesten voldoen aan de hoge eisen die zowel de klant als de schoenmaker stellen: is de ruimte in de schoen optimaal, zijn de hakken van goede hoogte, is het neusmodel naar wens? Vragen die tijdens de pasfase beantwoord moeten worden.

Wanneer klant en schoenmaker het eens zijn over het pasresultaat wordt de modelkeuze en kleurstelling besproken: wordt het een broque of een oxford, een pump of een bottine? Worden het bruine of groene schoenen, witte of zwarte? En, wat voor leersoort past het best bij de keuze: schotse grain, chestercalfs of is lakleer goed, of misschien chevreau?
Als uit het schier onuitputtelijke palet een selectie is gemaakt blijft nog de keuze voor de materialen van het onderwerk: leren zolen of liever rubber? Een lederen opbouwhak of een houten hak, bekleed of onbekleed?
Pas als over al deze kwesties duidelijkheid is wordt het proces van schoenenmaken in gang gezet.

 

Van de leest maakt de schoenmaker patronen. De patronen dienen als uitgangspunt voor het uitsnijden van de diverse onderdelen uit het overleer. Bij een paar full-broques gaat het al snel over 26 onderdelen die samen de bovenkant van de schoenen vormen: de schachten.

 


Bij het uitsnijden van de onderdelen uit het leer wordt rekening gehouden met de rekrichtingen in het leer, kleurverschillen in de huid, horzelgaten, brandmerken en vilsneden.

De onderdelen worden voorbewerkt voordat de schacht in elkaar wordt gestikt: er wordt een karteltje gemaakt, of een omboek, soms platgesneden met paspouille of alleen platgesneden.
Voor de assemblage worden de perforaties uitgeslagen en de kanten geverfd.
Als alle onderdelen zijn voorbewerkt kan met het stikken begonnen worden: eerst de buitenkant, vervolgens de binnenkant, de voering. Na het afsnijden van overtollige voering en het afbranden van de draadjes zijn de schachten klaar voor de volgende stap.